Ga naar de inhoud

Het verdwenen dorp - ONF Groepen Overzicht 2026 versie 5.0

Menu overslaan
Menu overslaan
ONF Groepen NL
Groep Sagen
Het verdwenen dorp
(Aardjesberg bij Bussum)
Daar, waar in ’t hart van Naerdincklant de knoestige, eeuwenoude eiken hun dikke, kronkelige armen spreidden, hadden zij zich neergezet:
de blonde, blauwogige mannen en vrouwen van de Germaanse stam.
Zij jaagden in de uitgestrekte bossen, waar het everzwijn wroette, waar de reebok sprong en de houtduif koerde. Zij legden velden aan, waarop het graan geelde in de zomerzon en ruiste in de wind. Zij fokten hun vee, brouwden hun bier, speelden hun spel en waren trouw in de echt. Zij werden rijker en machtiger dan hun genoten, die elders woonden.
Toch waren zij niet gelukkig!
Wanneer des zomers de jonge maagden zich voor de reidans sierden met bloemen en groen, keken heur moeders angstig rond, alsof zij iets ergs verwachtten. In plaats van vrolijk te zijn, zuchtten zij diep. Dan balden de mannen hun sterke handen tot ijzeren vuisten en grepen de speren, alsof ze zich aanstonds in de strijd wilden werpen. Maar een ogenblik later veranderde hun woeste blik in treurigheid. En terwijl zij de wapens weer neerlegden, mompelden hun lippen: “Neen, neen .... het kan niet. Zijn macht is groter dan de onze.”

De priesters liepen met statige tred tussen het volk. Wanneer zij spraken, klonken hun stemmen gesluierd. Met streng gelaat wierpen ze de toverkrachtige runen[1] en beschouwden ernstig de ingewanden der geofferde dieren. Ook zagen zij op naar het hemelgewelf en lazen bedachtzaam de vlucht van de vogels. Soms zaten ze lange tijd bij elkaar in somber gepeins, door niemand gestoord...
Tegen de herfst werden de mensen nog droever. Al angstiger klopten hun harten.
In het gieren der najaarsstormen meende men de kreten van de vertoornde goden te horen. En boven alles uit de roepstem van hém, die woonde in de berg vlakbij. Dan trilde felle spanning over aller gelaat. Dan waren de stemmen stroef en gedempt. Dan huiverden de schone, rijpe maagden. Stil baden zij tot Frigga en Nerda[2], hare goede godinnen ....

Op de gestelde dag kwamen de priesters nader in offergewaad. Zelf bang voor hun daad, spraken zij op langzame, donkere toon tot een der angstig-wachtende meisjes het schrikwekkende woord: “Sta op, schone maagd - gij, uitverkorene .... Heden zult gij de liefelijke bruid zijn van de Aardman.”
Wat zou tegenstand helpen als de machtige eiste? Elk protest was vruchteloos. Eveneens iedere bede! Des avonds zaten de vrouwen stil en wenend in haar hutten. Dan vloekte de ontroostbare moeder haar lot. Maar buiten raasde de stormwind. En laaide het ontstoken vuur hoog-op. Daar stonden de mannen en jongelingen rondom, hun hoofden gebogen. Daar deden de priesters snel en zwijgend hun luguber werk. Daar ging de handenwringende bruid tot haar vreselijke bruidegom. Schrille kreten versmoorden in vlammen en rook ....

De mensen huiverden.
Soms zuchtten zij: “Hoe lang nog?”
Eens gebeurde het, dat tussen de ouden, de echtparen, de jongelingen en de kinderen in het dorp geen maagden leefden. De oudste meisjes telden amper vijf jaren.
Was dat opzet - was dat toeval?...
De priesters waren radeloos. Heel de stam wachtte in vrees op de dingen, die komen zouden.
Toen werd het weer najaar.

Andermaal gierden de stormen over ’t land. En ook nu hoorden de mensen de stem van de geduchte Aardman: “Geef me mijn bruid .... Geef mij de schoonste van uw rijpe maagden... Ik wil uw cijns!'
Siddering voer door het dorp. Nooit nog waren de gezichten zo vertrokken van angst. Nooit klonken de stemmen zo omfloerst. Nooit waren de priesters zo ernstig en somber. Bevend wierpen zij de runen. Bevend probeerden zij der vogelen vlucht te lezen. Bevend zaten zij samen. Zij wachtten en wachtten, maar kregen geen antwoord ....
De grote en vreselijke dag kwam. De dag van het vuur.

Bij avond schaarde het zwijgende volk zich om de bruiloftsberg. Fel en wild loeiden de vlammen. Langzaam zongen de priesters een donkere zang. Zij zongen de bekentenis geen bruid te hebben. Zij zongen een smeking om barmhartigheid. Voor ’t eerst van hun leven. Opeens trilde de aarde. De priesters zwegen verschrikt. Het bange volk hield de adem in. Wat ging er gebeuren?
Wéér schudde de aarde - heviger nu.

Toen opende zich de berg en verscheen de Aardman. Vuil en harig was zijn lichaam. Groot en grimmig was zijn mond. Woest rolden zijn rood-geaderde ogen. Hoger en hoger steeg hij.
Ontzetting greep de schare aan.Toen zag men, hoe de machtige vuur en zwavel braakte. Heel het dorp stond plotseling in lichterlaaie. Geen enkele hut bleef gespaard.
Een razende angst maakte zich van de mensen meester. In paniek vluchtten zij weg van de plek waar zij altijd hadden gewoond en gewerkt en geleden.
Velen werden achtergehaald door de wraak van de Aardman. En vonden de dood!

De tijden fluisteren geheimzinnig: Van hen, die zich eens wisten te redden uit de barre verwoesting, stammen de oude Bussumers af.
En verder: Het is niet goed stil te staan op de Aardjesberg. Evenmin is het de maagden geraden te wandelen in zijn omgeving. Of bij avond alleen te gaan langs de wegen van Crailoo. Want nòg leeft de Aardman! Zijn macht is groot. En zijn wraak geducht.

Aantekening:
Tacitus vertelt in zijn 'Germania' - een boek, geschreven omstreeks ’t jaar 98  - over een Germaanse godsdienstige plechtigheid op een der eilanden in de Oceaan (men wijst wel op het eiland Rugen in de Oostzee), waar de godin Nerthus werd vereerd.
Soms nam zij plaats in haar wagen, die in het heilige bos stond, en liet zich dan door koeien voorttrekken om zich onder de mensen te begeven. Alleen de priester wist wanneer zij kwam, en alleen hij mocht de wagen aanraken.
Overal waar zij kwam, was het feest. Dan voerde men geen strijd, dan werden alle wapenen opgeborgen. Als zij door de priester aan haar heiligdom werd teruggegeven, moesten slaven haar èn de wagen wassen in een eenzaam meer, opdat de bezoedeling, opgelopen tijdens haar tocht onder de mensen, zou worden weggenomen. Wanneer de slaven met hun werk gereed waren, werden zij terstond levend door het meer verzwolgen.
De beving der mensen, een geheimzinnige schrik en huiverend vroegen zij elkaar af, waarom degenen, die het verborgene zagen, dit met de dood moesten bekopen .... Het is niet onmogelijk, dat de legende over de Aardjesberg tussen Hilversum en Bussum hiermee enig verband houdt.
[1] Runen zijn oud-Germaanse schrifttekens met hoekige vormen, waaraan veelal magische kracht werd toegeschreven.
[2] Nerda of Nerthus = Moeder-Aarde, de Germaanse godin van de vruchtbaarheid. Ook wel Hertha genoemd.

Bron:
“Naerdincklant” Prof. A.C.J. de Vranckrijker (1947)
“Gooise Legenden” Henk de Weerd (1960)
“Verhalen opgetekend uit de mond van Gerard Zieltjens” (1957 – 1967)
“Bewerking en hertaling”: Ad Bakker (2018)
“Illustraties”: Rob Numan (2025)
“Liedjes, tekst en muziek”: Ad Bakker (2023)
Rechten:
De liedjes behorend bij de serie "Historische verhalen, sagen en legenden" uit het Gooi’ zijn auteursrechtelijk beschermd. Het muziekbestand wordt in deze bijdrage uitsluitend beschikbaar gesteld ter beluistering. Downloaden, opslaan, delen, herpubliceren, bewerken of elders plaatsen is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n).
Het muziek label "Kwapoets" is onderdeel van de stichting ErfGoedGezien Nederland.

Luister naar het verhaal lied
Het verdwenen dorp
00:00

(c) 2020 - 2026 Stichting ErfGoedGezien Nederland
Werkgroep ONF (In Oude & Nieuwe Foto's)  
info@onfgroepen.nl
Terug naar de inhoud