Groep Sagen
Het reddende ei.
(De Kippebrug te Naarden)
Men schreef november 1572
Don Frederik, zoon van de vreselijke Alva, hertog van Toledo, had zijn legermacht samengetrokken te Bussum. Gooiland was in nood. En Naarden, waar de vrome Hortensius [1] woonde, sidderde! Aan het hoofd van een afdeling Spaanse voetknechten, rukte kolonel Juliaan Romero op tegen de ingesloten veste. Mocht het bloed der angstige burgers nutteloos vloeien? Neen! meenden de bestuurderen. Dus werden gezanten tot overleg met de Spanjaard gezonden. Zij vroegen verschoning van straf, plundering en gruweldaad. De kolonel beloofde en gaf zijn erewoord.
Hij zwoer: geen kwaad of schade zal geschieden - lijf en goed der bukkende burgerij zullen veilig zijn! Tot drie malen toe beloofde Romero. Toen werden hem ter poorte de sleutels gegeven. De harten der mensen geloofden gaarne vergeving. Aanstonds reed de Spanjaard in. Achtentwintig zijner soldaten begeleidden hem.
Wie zou nog boosheid duchten?
Vrolijk gebruikte Romero de maaltijd, van stadswege aangeboden. En onderwijl rukten méér krijgslieden de veste binnen. Allen zwaar bewapend. Allen spiedend om zich heen. Eerst vierhonderd tegelijk. Daarna groepen van tien en twintig. Wie zou hen beletten te komen?
De grachten waren bevroren, de muren verlaten. Aan tegenstand mocht immers niet worden gedacht! Het verdrag was onder handslag bezworen. Als hij we gegeten en gedronken heeft, staat Juliaan Romero op. Hij dankt de magistraat voor z'n vertrouwen. Hij complimenteert zijn tafelgenoten voor de heerlijke maaltijd. Hij is zeer vriendelijk en beleefd. Minzaam lachende geeft hij last, dat de voornaamste burgers in de Gasthuiskerk – tevens raadzaal - moeten verschijnen.
Ook de stads soldeniers moeten komen, ongewapend. Zij zullen de eed van trouw aan Spanjes vorst vernieuwen. Bij trommelslag wordt dit bevel den volke kond gedaan. Aarzelend, doch vertrouwend komen de geroepenen samen.
Eensklaps worden de deuren opengeworpen. Spaanse soldaten blokkeren de uitgangen. Bevelen weerklinken. Vuurroeren knallen. Kreten scheuren omhoog. Plompverloren schieten de wreedaards op de weerloze massa. Er is geen ontkomen aan. Overal loert de dood!
Wie der grijnzende moordenaars bekommert zich om biddend geheven handen, om smekende woorden, om kermen en zuchten? Niet één! Dan vallen zij aan met pieken en degens. In bloed en pijn moet gesmoord het leven van Naardens burgerij, omdat men durfde geloven aan de eed van de god-en-eer-vergeten Spanjaard. En wanneer de bedrogenen dood of zieltogend neerliggen, uitgeschud door roofgierige handen, laait de vuurvlam verterend rond, om ook de laatste kreunende mond te verstikken.
Maar nog neemt het wee geen einde! De huizen moeten geplunderd en verbrand, de stallen leeggehaald. De vrouwen verkracht en de maagden geschonden. De kinderen en zuigelingen gedood. Zelfs tachtig- en honderdjarigen worden verdelgd! Gruwel na gruwel. Geen marteling zo fel, of zij wordt gekend. Doorregen, verminkt, aan stukken gehouwen liggen de lichamen der ellendigen op straten en stoepen. En wie zich laat vangen tijdens de vlucht, wordt naakt opgehangen aan voeten of haren of borsten.
Niemand kan dit gruwzame werk vertolken. Nooit nog steeg zoveel jammer ten hemel. Naarden werd verwoest. Honderden mensen lieten het leven. Zo schreit de historie op één december. [2]
In een van de smalle, verborgen keldergangen luisterde een vrouw naar de vreselijke geluiden, die van boven tot haar doordrongen. Ternauwernood was zij ontkomen aan de bloedige grijphanden der genadeloze soldaten. Waanzinnig van angst en smart had ze zich hervonden in deze donkere schuilhoek, door allen vergeten. Zij wist niet hoe! Haar kleren waren vuil en gescheurd, haar handen en voeten bloedden uit schrijnende schaafwonden, het haar hing verward neer over de tengere schouders. Hijgend van ellende hoorde zij hoe een veeltonig hulpgeschrei en doods gereutel opsteeg in de gemartelde stad - hoe steeds opnieuw schoten knalden en bijlen dreunend hakten tegen panelen en poorten. En daar tussendoor het geluid van dravende voeten, het knetteren en sissen van brandende huizen en soms ook ’t wilde vloeken der dol-geworden Spanjaarden.
Sidderend bedacht zij, hoe haar warme woning een ruïne was geworden en hoe haar verwanten waren omgebracht. Niets zou ze terugvinden van wat haar eens rijk en gelukkig maakte. Niets? Naast haar fluisterde een kinderstem onsamenhangende woordjes. Zij had haar kindje nog - haar kleine jongen met de grote, heldere ogen, wiens kroezig kopje moe en slaperig tegen haar trillende lijf leunde. In hem zag ze haar man terug, die reeds lang geleden gevallen was in de strijd voor recht en vrijheid.
Bange smart stroefde eensklaps door haar heen. Hoe zou ze haar kindje kunnen redden? Tijdens de wilde vlucht had zij de kleine meegedragen. Maar voedsel had ze niet! En wie wist hoe lang ze zou moeten blijven in dit koude, akelige hol. Och, zelf kon zij vasten, de tanden op elkaar geklemd. Zelf zou zij misschien dagenlang kunnen standhouden tegen de stil aansluipende hongerdood. Met de moed der wanhoop zou ze het knagen van de ingewanden onderdrukken, totdat haar kracht was vergaan. Totdat ze er eindelijk bij neerviel. Maar wat wist haar kindje van die strijd? Hij zou vragen om brood en warmte. Hij zou alles van haar verwachten, zoals vroeger. En als zij nog ademde, zou zijn tere lijfje koud worden.
Als van verre hoorde ze het rumoer in de straten. Toen duizelde zij weg in vergetelheid. Vermoeid ontwaakte de vrouw. Met verwarde blik keek zij rond. Vaal schemerde de smalle gang. Boven haar hoofd rumoerde het. Naast haar, gehuld in haar wollen deken, sliep de kleine. Soms kreunde hij zacht.
Langzaam herinnerde zij zich het vreselijke gebeuren, dat haar gedreven had naar deze sombere schuilhoek. Een huivering sidderde door haar stram-pijnlijke leden. Dan vouwde zij de handen en bad. Hoe vatte ze haar grote nood in woorden? Ze wist het zelf niet. Een kip kakelde, luid en aanhoudend. Over 't gelaat van de beproefde moeder gleed verbazing. Hoe kwam dat dier in deze gang? Had zij 't zelf misschien meegenomen en het daarna vergeten? Of was 't wellicht dom weg gefladderd, opgeschrikt door het ongewone tumult der tierende soldaten en in paniek vluchtende mensen, en toen hier terecht gekomen? Wat deed het er toe. Er kakelde een kip! Dus ……..
Voorzichtig ging de vrouw zoeken. Even later vond zij een ei, blank en gaaf. Er was voedsel! De kip tripte heen en weer, pikkend in de drabbige bodem. Als het goede beest nu maar niet scharrelde. Het moest blijven - het moest. Zij lokte het hoen met tukkende geluidjes. Zo had ze dat altijd gedaan in de hof.
De kip bleef. Mens en dier sloten vriendschap. Wonderlijk. Acht bange dagen achtereen waren zij verborgen in de muffe gang. En elke morgen lag er een groot, wit ei. Toen was het gevaar geweken. Zó werden moeder en kind gered van de dood! Op de plek waar de vrouw een schuilplaats had gevonden, bouwden de mensen later een smal en lang bruggetje. Zij gedachten het wonder dat daar eens gebeurde. Zij noemden het: “de Kippebrug”.
Opmerkingen:
[1] Lambertus Hortensius was befaamd door zijn geleerdheid, vooral op het gebied van de Griekse en Latijnse taal. Zijn naam is roemrijk aan de historie van het Gooi verbonden, inzonderheid door zijn onderwijs en geschiedbeschrijving. Hij stierf in 't jaar 1574 op z'n hofstede Oud-Craailo. Zijn grafschrift luidt o.a.: Zijn boeken bewaren z'n naam en z'n roem de monden der geleerden van alle streken. Zowel in de hemel als op de narde zegepraalt deze glorie van school en burgerij .. .
[2] Men leze bijvoorbeeld de aangrijpende schildering van P. C. Hooft in zijn beroemde 'Nederlandsche Historiën', boek VII.
Bron:
“Naerdincklant” Prof. A.C.J. de Vranckrijker (1947)
“Gooise Legenden” Henk de Weerd (1960)
“Verhalen opgetekend uit de mond van Gerard Zieltjens” (1957 – 1967)
“Bewerking en hertaling”: Ad Bakker (2018)
“Illustraties”: Rob Numan (2025)
“Liedjes, tekst en muziek”: Ad Bakker (2023)
Rechten:
De liedjes behorend bij de serie "Historische verhalen, sagen en legenden" uit het Gooi’ zijn auteursrechtelijk beschermd. Het muziekbestand wordt in deze bijdrage uitsluitend beschikbaar gesteld ter beluistering. Downloaden, opslaan, delen, herpubliceren, bewerken of elders plaatsen is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n).
Het muziek label "Kwapoets" is onderdeel van de stichting ErfGoedGezien Nederland.
Luister naar het verhaal lied
Het reddende ei
00:00