Ga naar de inhoud

De wraak van een Vaandrig - ONF Groepen Overzicht 2026 versie 5.0

Menu overslaan
Menu overslaan
ONF Groepen NL
Groep Sagen
De wraak van een vaandrig
(Mariënburg te Soest)
Maarten van Rossum, de woeste Geldersman, zwierf met zijn benden moordend en plunderend rond. Een spoor van rook, bloed en tranen wees de weg die hij ging. Niets was veilig voor zijn schennende en rovende handen.

'Branden en blaken is het Magnificat van de oorlog,' (*) had hij eens tot z'n ruwe, bloedgierige knechten gezegd. Wie zou dat gruwelijke woord niet kennen? Het liep van mond tot mond, het gonsde in ieders oor, het priemde door aller hart. Toen kwam het ontstellende bericht: Maarten sluit de veste Amersfoort in! De angst joeg door het land, het volk sidderde.

Men schreef het jaar onzes Heren 1543.
Dicht bij Suys (**) - in de buurtschap Birkt, niet ver van de belegerde vesting - stond het klooster Mariënburg. Lang geleden hadden vrome nonnen, die het voetspoor van de goede Birgitta volgden, dit klooster gesticht. (***) Zij stonden bij het landvolk in hoge ere vanwege haar godsvrucht en ijver. Waar zij konden, hielpen ze met woord en daad. Steeds stonden de poorten van haar huis open voor allen die ziek en ellendig, arm en berooid langs de wegen trokken en aanklopten. Binnen de dikke muren vond men veiligheid en rust, genezing en vertroosting.

 
Ook onder de vrome vrouwen heerste spanning, toen Maartens plunderzieke benden naderden.
Wat zouden zij met haar zwakke krachten en ongeoefendheid in 't hanteren der wapenen moeten beginnen, wanneer de woeste krijgsknechten het plan opvatten haar aan te vallen? Zeker, de broeders van het Augustijner-convent waren dichtbij, en dezen werden gaarne bereid gevonden haar hulp te bieden. Doch wie zou zich kunnen meten met 't roofgierig en zinnelijk geboefte, gehard in de strijd? De poorten werden gesloten. Bijna geruisloos deden de nonnen haar werk. Voortdurend prevelden de lippen gebeden.
Intussen sloop een groep soldaten, tot de tanden gewapend, langs de smalle en kronkelige sluikwegen naar Suys. Om hun monden lag een verbeten trek en in hun ogen glom een koud, wreed vuur. Hun gelittekende gezichten getuigden ervan hoe zij vroeger in felle strijd menigmaal gewond waren geweest.

'Wat zullen de lieve nonnekes opkijken, als wij ze komen begroeten,' spotte Wouter, die als vaandrig het commando voerde. 'Wat zullen ze kijken, de onbedorven vrouwtjes, en wat zullen ze gillen als ik haar zoete lippekes druk.' De mannen in z'n nabijheid lachten. Zij waren wel vaker met hun vaandrig er op uit getrokken. Strooptochten als deze beloofden rijke buit en een vrolijke afwisseling in tijden van eentonig beleg. Welke soldaat verlangde niet naar de welvoorziene kelder van een klooster en naar de onschuldige vrouwtjes, die zomaar voor het grijpen waren wanneer hun voeten binnen de poorten stonden?

Luide hadden ze het plan van de vaandrig toegejuicht, toen hij gezegd had: 'Wij gaan de rijke Brigitten op Mariënburg veroveren. Dat wordt een prachtig feest!' Neen, het beleg van de veste leed er geen schade door wanneer een klein deel der manschappen onderwijl elders z'n slag sloeg. 'Je laat er voor ons toch ook over?' grinnikten een paar ruwaards. 'Al was het slechts één beker en één deerne.' 'Zoveel je wilt,' was het gnuivende antwoord, 'maar denk erom, ik moet de eerste wezen!'

Altijd moest vaandrig Wouter de eerste zijn. De eerste die het vuurroer deed knallen en die storm liep. De eerste die door grachten zwom en over muren klom. De eerste die de rode haan kraaide en buit behaalde. De eerste die de beker hief en de vrouwen vrijde. Altijd en overal de éérste! Maar de soldaten gunden het hem, de trouwe volgeling van Maarten, die zelfs voor de duivel niet terugweek. Zij erkenden zijn onverschrokken moed en z'n krijgsman kunst. Ze lieten hem gaarne de eerste rang.

Had hij als jonge kerel, nauwelijks de kinderschoenen ontwassen, niet reeds zijn sporen verdiend aan Frieslands kusten, waar hij brandde en schatte en de monniken uitschudde? Wee degenen, die in zijn sterke, roofzuchtige handen vielen.

Hoog laaiden in de schemering van die avond de vlammen op van het brandende klooster. Schennende soldatenhanden vergrepen zich in drieste overmoed aan het heilige.
Angstige kreten van radeloze, in haar vlucht neergesleurde vrouwen, vermengden zich tot een schril en huiveringwekkend koor met harde vloeken en overwinnings-bravour der bandeloze, ontkuisende bende.

Even maar had het verzet geduurd, toen de woeste knechten onverhoeds de muren beklommen en de poorten rammeiden. Tegen hun niets ontziende, brute kracht en hun duivelse list was de zwakke kloosterschaar niet bestand gebleken.

Dicht bij de muur, half onder een breed uitwassende struik, lag vaandrig Wouter, badend in bloed. Pijn krampte over zijn grof gelaat, en de hand, die het vuurroer nog omvatte, trilde. Tijdens de schermutseling in de poort had een kogel hem geveld. Ditmaal zou hij de eerste zijn die de dood inging.

Hij zag de rosse gloed van de brandende schuren. Hij hoorde het rumoer van zijn mannen. Zij dronken en roofden en speelden hun zinnelijk spel. Zij deden zich tegoed aan de wijn en de vrouwen. Zij vierden hun luguber feest. En hij? ... hij, de vaandrig? Eenzaam lag hij te sterven. Was er dan geen enkel spel meer voor hèm overgebleven? Even sloot Wouter zijn ogen. En terwijl een vreemd, dof gevoel door z'n lijf huiverde, vervulde een duivelse gedachte zijn ziel.

'Ja, nonneke ... ik heb berouw. Van jongsaf deed ik niet anders dan ondeugd. En sedert ik de wapens hanteerde, plunderde en moordde ik zoveel 't: kon ... Groot zijn m'n zonden. De ziel doet pijn.'

Wouter zweeg en keek de non aan, die naast hem geknield lag. Haar lippen zegden zachte gebeden. Merkte zij niets? Met bevende hand streek ze de zwarte haarlok weg, die op zijn klamme voorhoofd plakte. Deernis vervulde haar - deernis met de soldaat, die zo groot kwaad had gedaan, maar die in stervensnood zijn ziel blootlegde en om vergiffenis bad.

En was er ook voor de grootste zondaar geen vertroosting?

Ruwe, met bloed bevlekte handen hadden haar gegrepen, toen zij uit haar schuilhoek tevoorschijn kwam. Harde, spottende woorden waren in haar oren geschreeuwd. Maar men had haar laten gaan - ze was zo klein en zo teer. En toen zij, sidderend van afschuw en ontzetting, schichtig haar weg zocht naar de poort, omdat ze dit oord der verschrikking ontvluchten wilde, had zij hem gevonden ... de stervende, smekende soldaat. Om zijn woorden was ze blijven staan en om zijn wee was ze gebleven.

Zij betreurde nu haar lot niet meer - ze dacht zelfs niet meer aan haar klooster, dat geschonden was, en aan haar zusters, die gekweld werden. Was het niet schoon een berouwvolle ziel te helpen?

Als in een roes had deze man geleefd. Een vreselijke roes, waarin hij zelfs het zoete kruiske was verleerd en vergeten. Maar nu hij afgleed in de eeuwigheid, voelde hij reeds de vlammen der blakerende hel. Die vlammen waren erger dan alle vlammen tezamen, die hij in zijn zondig leven had ontstoken. Zó zei hij het en zó zou het zeker ook zijn! Thans bad zijn schreiende ziel om verschoning.

En ons-lieve-Heer wilde immers dit ver-afgedwaalde schaap genadig wezen, wanneer 't angstig harte riep? Dus peinsde zij en prevelde haar gebeden. 'Och, zusterke, zusterke ... voelt ge mijn pijn en smarte?' klaagde de gewonde weer. 'Voelt ge niet, hoe de vlammen der helle mijn arme ziel zoeken te zengen? ... Och, leer me weer een kruiske slaan en zorg dat ik aflaat verkrijge voordat ik sterf.'

'Ik zal u helpen,' antwoordde zij na enige tijd. 'Ik zal mijn biechtvader voor u zoeken. Hij zal u vertroosten en 't sterven zoet maken. En ik zal voor u bidden.'

Heengaande zag zij niet hoe over zijn gelaat een honende glimlach zweefde. Ook hij wilde zijn spel spelen met een nonneke - een vreemd en wreed spel in het aangezicht van de dood! Haha! Zij geloofde zijn woorden, zij hechtte aan zijn berouw. Hoe lief en goed keek het duifje hem aan, en hoe vroom zegde ze voor hem haar gebeden der stervenden. Het tere zieltje moest eens weten hoe hij haar bedroog! Wat zou hij geven om hel en duivel? Zo die er waren, zouden geen nonnen of paters hem er meer van kunnen bevrijden.

Eenzaam lag de vaandrig te wachten. Zou het nonneke de monnik niet kunnen vinden misschien? Of behoorde de priester reeds tot het rijk der doden? Maar ook dan zou zij terugkomen bij hem, om zijn sterven te verlichten. Ze was immers een vroom nonneke.

In het klooster rumoerde het voort. Schorre stemmen brulden een dronkemanslied. Het verste gebouw stortte knetterend in. Een regen van vonken waaierde uit. Langzaam verbloedde het leven. Toen het zusterke weerkwam, bracht zij haar biechtvader mee. Gehavend en vuil was z'n pij, geschramd zijn bleek gelaat.

'Hier ligt de boeteling, vader,' sprak zij fluisterend. Als ware hij alles vergeten, zó rustig knielde de monnik neer naast de gewonde, zich geheel wijdend aan zijn heilige taak. De blikken der beide mannen kruisten zich. Hun ogen hielden elkaar enkele seconden vast. Toen flikkerde in 't oog van de stervende een zweem van herkenning. 'Zijt gij niet broeder Leonard?' vroeg hij.

'Ja, mijn zoon, die ben ik,' was het verbaasde antwoord. 'En gij?'

Wouter lachte spottend. 'Ik? Zoudt ge u nog kunnen herinneren, hoe een baardeloze knaap uw ezel eens bij de teugel hield aan Frieslands kust?' De monnik stond verschrikt op. Nog witter werd zijn gelaat bij de herinnering aan wat hem jaren terug overkomen was.

'En zoudt ge niet meer weten hoe ge uw geldzak gaaft op mijn eerste bevel, zelfs uw bidkrans? Zó bang en laf waart ge!' sprak de soldaat voort. 'Dat proefstuk herinnert ge u, ik zie het. Moet ge dan nog vragen wie ik ben? Broederke, uw benen trillen als vroeger!' Geen woord kwam over de bloedloze lippen van de kloosterling. Met angstig-vragende ogen keek hij de stervende aan. Was dat de boetvaardige zondaar waarvoor hij kwam? Wat moest hij doen?

Eensklaps scheen het alsof de oude kracht in de vaandrig terugkeerde. Een rode gloed vlamde over zijn vertrokken gezicht. Zich met een ruk half oprichtende, grimde hij: 'Zou ik boete doen, zou ik biechten? Zo er een hel is, ik weet de weg! Eens beefde ge voor mij, vervloekte monnik, nu velt ge mij neer. Wie zou die hoon verdragen? Wouter, de vaandrig, niet! ... Wrake!'

Snakkend naar adem greep hij het vuurroer dat bij hem lag. Een schot knalde. Kreunend sloeg de dodelijk getroffen priester ter aarde. Om de mond van de vaandrig krampte een duivelse spotlach. Zijn lippen schamperden: 'Vroom nonneke, staak nu het bidden maar. Mijn spel is uit, mijn laatste, mooie spel.

En mijn sterven is zoet door de wraak ... Ik was mijn meester trouw, lief zusterke. Gij de uwe ook, nietwaar?' Langzaam zakte hij achterover. De laatste opflikkering van levenskracht doofde snel. Nog éénmaal wendde hij het hoofd naar de brandende gebouwen en fluisterde hees: 'Magnificat.

Maarten van Rossums volgeling was niet meer.


(*) 't Magnificat = het begin van Maria's lofzang in de rooms-katholieke kerk, gezongen bij de Vesper. 'Magnificat anima mea Dominum' (mijn ziel maakt groot de Heer). Woorden van Maria tot Elisabeth, naar Lucas 1:46-55.
(**) Soest werd heel vroeger Suys of Zeys genoemd. Eigenlijk hoort deze plaats niet bij het Gooi, maar ze wordt er door velen toch gaarne onder begrepen, evenals andere randdorpen.
(***) De Brigitta- of Birgitten orde werd gesticht door Birgitta, een Zweedse (plm 1303-1373). In de noordelijke landen ontstonden spoedig tal van kloosters. De mannelijke orde evenwel bestaat niet meer, en van de vrouwelijke is slechts een povere rest over.
Bron:
“Naerdincklant” Prof. A.C.J. de Vranckrijker (1947)
“Gooise Legenden” Henk de Weerd (1960)
“Verhalen opgetekend uit de mond van Gerard Zieltjens” (1957 – 1967)
“Bewerking en hertaling”: Ad Bakker (2018)
“Illustraties”: Rob Numan (2025)
“Liedjes, tekst en muziek”: Ad Bakker (2023)
Rechten:
De liedjes behorend bij de serie "Historische verhalen, sagen en legenden" uit het Gooi’ zijn auteursrechtelijk beschermd. Het muziekbestand wordt in deze bijdrage uitsluitend beschikbaar gesteld ter beluistering. Downloaden, opslaan, delen, herpubliceren, bewerken of elders plaatsen is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n).
Het muziek label "Kwapoets" is onderdeel van de stichting ErfGoedGezien Nederland.

Luister naar het verhaal lied
De wraak van een Vaandrig
00:00

(c) 2020 - 2026 Stichting ErfGoedGezien Nederland
Werkgroep ONF (In Oude & Nieuwe Foto's)  
info@onfgroepen.nl
Terug naar de inhoud