Groep Sagen
De Heilige Beenderen
(Sint-Janskerkhof te Laren)
Een ogenblik stond de pelgrim stil en wiste zich het zweet van zijn gerimpeld en baardig gelaat. Zijn benen trilden van vermoeidheid en z'n rechterhand hield onvast de knoestige stok, waarop hij leunde. 'Nu zal ik spoedig thuis zijn,' mompelde hij.
In gepeins verzonken schreed de oude daarna langzaam voort. Soms struikelde hij bijna over een verraderlijke boomwortel, die even boven de grond luste, soms ook staken zijn voeten te diep in het rulle zand, zodat een wolk van stof opdwarrelde. Zo moe was hij.
Een verre en moeilijke reis lag achter hem. Maar aan het verlangen van zijn vrome hart was voldaan. Hij had het Heilige Land gezien. Hij had geknield op de plaatsen waar eens Jezus leefde en leed. Zeer lang was het geleden, dat hij de pelgrimsstaf had opgenomen, dat hij vrienden en verwanten had gegroet en was heengegaan. Nu keerde hij terug naar zijn oude woonstede, terwijl z'n hart vol was van goede herinneringen.
Zijn haren waren vergrijsd en zijn rug was gebogen, maar dat hinderde niet. Immers, de bedevaart had zijn ziel rijk en gelukkig gemaakt, ondanks de talloze ontberingen. Zouden de zijnen hem nog kennen? ... zouden ze hem nog verwachten? ... zouden zij nog leven? ... Wat al vragen woelden door hem heen! Hoe vurig verbeidde hij het ogenblik dat hij zou kunnen vertellen over hetgeen hij gezien en ervaren had. En wat zouden de dorpelingen kijken, wanneer hij de schat te voorschijn bracht, die hij meenam voor de kerk. Een schat, verkregen in het Heilige Land en tijdens de lange, gevaarvolle pelgrimage bewaakt met al de zorg van zijn juichende ziel.
De vermoeide grijsaard glimlachte stil. Een wijle drukte zijn linkerhand vaster tegen de borst. Dáár, veilig geborgen onder het stoffige, versleten buis, droeg hij een kleine, zilveren schrijn van Oosters maaksel. Er lagen enkele blanke beenderen in - beenderen van de heilige Johannes de Doper. Voor geen geld ter wereld zouden die te kopen zijn!
Weer rustte de oude even. Zacht prevelden zijn lippen een kort gebed. Achter hem lagen nu de grote, donkere wouden, waarin de nachtvogels begonnen te krijsen en sommige wilde dieren huilden. Zwaar en zwart contourden de hoge eiken in de schemer van de snel vallende nacht. En vóór hem lagen de heiden en grillige heuvelen van Naerdincklant hier en daar begroeid met wilde bramen en bloeiende bremstruiken, of ook met bosjes jeneverbes, die spookachtig oprezen in het schijnsel der eerste sterren. Achter de heuvelen moest zijn dorpje liggen, weggedoken in het ruime dal met z'n groenende weiden en ruisende korenvelden, z'n nederige woningen en dromerige olmen.
Spoedig zou de reis volbracht zijn. Behoedzaam gingen zijn vermoeide voeten voort. Soms aarzelde hij even op een tweesprong. Geen windje zuchtte. Drukkend hing de zwoele lucht in de wijde ruimte. Eindelijk strompelde de grijsaard de laatste heuvel op. Hier kwamen de zeven hoofdwegen samen, die kriskras voerden door het ruige land. Een grote vreugde vervulde zijn hart.
'Ik dank U, o God. Ik dank U!' loofde zijn mond .. .
Eensklaps slaakte de oude een gesmoorde kreet. Sterke handen grepen hem vast en sleurden hem neer. Wurgende vingers knelden zich om zijn hals als een ijzeren band. Twee rovers, hunkerend naar buit, hadden zich op hun weerloze, niets vermoedende prooi geworpen. Genadeloos beukten hun harde vuisten de zacht-kermende lippen tot zwijgen. Dan doorwoelden de wreedaards de schamele kledij van de pelgrim en vonden het zilveren kleinood.
Haha! daarin zouden de gewenste schatten geborgen zijn. Hun van gouddorst trillende handen rukten de doos open. Strak staarden hun ogen op enkele dorre beenderen. Enige ogenblikken stonden de snoodaards sprakeloos. Daarop wierpen zij vloekend de blanke inhoud weg! Haastig sleepten ze het dode lichaam van de bedevaartganger onder een weelderige braamstruik en dekten het toe met wat bladeren. Dan verdwenen zij rap in het duistere bos.
Langzaam rees de maan aan de hemel en goot haar zilverkoud licht over het onwetende, slapende dorp - over de donkere wouden, waar twee kerels loerden op nieuwe prooi - over de eenzame heuvelen, waar de vrome grijsaard roerloos neerlag, aan 't eind zijner reis.
's Anderen daags zwierf de scheper van het dorp rond met z'n kudde. Ditmaal zocht hij zijn weg over de heuvels naar verder gelegen velden. Hoe kwam het toch, dat de dieren niet zo dartel waren als op andere dagen, en dat zijn altijd zo wakkere hond liep te dromen? Hoe kwam het toch, dat er geen enkele leeuwerik met klappende vlerkjes hoog in de klare luchten hing om daar z'n vreugde uit te jubelen?
Vreemd, vreemd! Het leek wel, alsof vandaag zelfs de heide niet geurde en de bloemen niet open wilden gaan. Of was dat enkel verbeelding? Vriendelijk koesterde de zon moeder aarde. Traag liepen de schapen voort. In gedachten verzonken volgde de herder. Lusteloos drentelde de hond mee.
Waarom bleven de dieren plotseling staan? Verbaasd zag de man hoe de schapen zich groepeerden rondom de hamel. En toen hij naderkwam weken zij niet van hun plaats. Met de koppen ter aarde gebogen blaatten ze zachtjes. Toen viel zijn oog op enkele beenderen, die vreemd glansden tussen wat dor en spichtig gras. Waar kwamen die vandaan? De scheper bukte zich en wilde ze oprapen. Het ging niet. Al zijn rukken en trekken bleek vruchteloos. De beenderen waren onwrikbaar vast aan de grond verbonden. Dat moest toverij zijn!
Aan geen kudde meer denkend, snelde de tot in zijn merg geschrokken man terug naar het dorp, waar hij bevend het gebeurde vertelde. Wie van de mensen zou zich niet willen overtuigen van de waarheid door met eigen ogen die wondere beenderen te zien? En onder de beproefde leiding van de pastoor trok men uit.
Nog steeds stonden de schapen in een wijde kring op dezelfde plaats, hun koppen gebogen als aanbaden zij de glanzende voorwerpen. Onder grote stilte trad de priester nader. Maar ook hij kon de beenderen niet oprapen. Een diepe bleekheid legde zich over z'n mild gelaat. Kon dit werk van de duivel wezen?
Snel maakte Gods dienaar het teken des kruises. En zie, in plaats van te verschrikken, werden de schapen nog eerbiediger. Zelfs de hond bleef rustig staan. “Het is een teken des hemels,” sprak nu de pastoor. “Laat ons vurig bidden om de verklaring, en morgen terugkomen.”
Gebeden prevelend, keerden allen weer naar het dorp. Slechts de herder bleef achter bij z'n kudde. Eerst tegen de avond, toen de beenderen dof werden, lieten de dieren deze plek los. En door al het omringende land snelde een mirakel gerucht.
Van heinde en verre stroomde het volk samen voor de woning van de pastoor. Een sterk geroes van opgewonden stemmen vervulde de morgenlucht. Opeens zweeg de menigte. Een man was naar voren getreden en vertelde op luide toon:
“Enkele dagen geleden klopte een oude pelgrim bij me aan en vroeg om nachtverblijf. Hij zei te komen uit het Heilige Land en terug te keren naar zijn geboortedorp. Ik verleende hem gaarne gastvrijheid. De ganse avond heeft hij ons geboeid door z'n verhalen. En vóór wij ons ter ruste begaven, liet hij nog een zilveren doos van ongekende makelij zien. In die doos, zo verklaarde hij, rustten een paar beenderen van Sint Johannes de Doper. Hij bracht ze mee voor de kerk in zijn dorp. De volgende dag zegende hij ons en vertrok. Wij dankten de hemel, dat we hem mochten herbergen. Hij was zo nederig en vroom, een heilige bijkans. Toen wij nu hoorden van het wonder, dat hier is geschied, dachten we aanstonds aan hem.' Ademloos luisterden de mensen.
Een andere vreemdeling, die juist aangekomen was, sprak:
“Zeidet ge niet iets over een zilveren doos van bijzonder maaksel? Ik kocht gisteren zulk een schat van twee ruwe mannen. Kijk eens!” De spreker stak het kleinood omhoog.
Verbaasde uitroepen klonken op. Nimmer nog had men zo iets schoons gezien. “Dat is de doos van de pelgrim,” bevestigde de eerste. 'Ik herken haar duidelijk. Het kan geen vergissing zijn. Ja, dat is de doos.'
Toen begrepen allen wat er gebeurd was. Terwijl de klokken luidden, toog men in een lange optocht naar de geheimzinnige plek op de heuvelrug. Snel werd er een klein altaar opgericht. Plechtig vervulde de priester zijn godgewijd werk. Devoot geknield lag de schare en zag het aan.
Allengs begonnen de beenderen weer te glanzen. Eindelijk bukte de pastoor zich naar de grond en eensklaps lagen de relikwieën in zijn bevende handen. Een wonder!
Over de heuvel huiverde de stilte. Het volgende ogenblik klonk een machtig gezang omhoog uit honderden kelen - een lofprijzing Gods, als nimmer tevoren. Plotseling blafte de hond van de schaapherder, luid en aanhoudend. Het snuffelende dier had het lijk van de vermoorde pelgrim tussen de struiken ontdekt. Thans was alles opgelost!
Men schreef:
24 juni van 't jaar 893. Op de heuvel, waar de bedevaarder gevonden werd, bouwden de dorpelingen later een nieuwe kapel, gewijd aan Johannes de Doper. Elk jaar, op 24 juni (Sint-Jansdag), trekken velen in plechtige processie omhoog naar de plek waar eens de oude pelgrim stierf en begraven werd. Dan is het in 't mooie Naerdincklantse dorpje druk, zeer druk.
24 juni van 't jaar 893. Op de heuvel, waar de bedevaarder gevonden werd, bouwden de dorpelingen later een nieuwe kapel, gewijd aan Johannes de Doper. Elk jaar, op 24 juni (Sint-Jansdag), trekken velen in plechtige processie omhoog naar de plek waar eens de oude pelgrim stierf en begraven werd. Dan is het in 't mooie Naerdincklantse dorpje druk, zeer druk.
Rechten:
De liedjes behorend bij de serie "Historische verhalen, sagen en legenden" uit het Gooi’ zijn auteursrechtelijk beschermd. Het muziekbestand wordt in deze bijdrage uitsluitend beschikbaar gesteld ter beluistering. Downloaden, opslaan, delen, herpubliceren, bewerken of elders plaatsen is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n).
Het muziek label "Kwapoets" is onderdeel van de stichting ErfGoedGezien Nederland.
Bron:
“Naerdincklant” Prof. A.C.J. de Vranckrijker (1947)
“Gooise Legenden” Henk de Weerd (1960)
“Verhalen opgetekend uit de mond van Gerard Zieltjens” (1957 – 1967)
“Bewerking en hertaling”: Ad Bakker (2018)
“Illustraties”: Rob Numan (2025)
“Liedjes, tekst en muziek”: Ad Bakker (2023)
Luister naar het verhaal lied
De Heilige Beenderen
00:00