Ga naar de inhoud

De bloeiende linde - ONF Groepen Overzicht 2026 versie 5.0

Menu overslaan
Menu overslaan
ONF Groepen NL
Groep Sagen
De Bloeiende Linde
(Lindeheuvel Hilversum)
Even buiten het kleine dorp woonde een jonge, schone en deugdzame vrouw, die met hard werken een schamel stuk brood verdiende. Zij spon van de wol der schapen garen. Zij naaide, breide en weefde kleren voor anderen. Niets was haar te veel of te gering. En altijd was zij dankbaar gestemd. Reeds vele malen hadden flinke mannen haar ten huwelijk gevraagd. Doch immer weigerde zij. Niet, omdat ze de liefde verachtte of de huiselijke huwelijkshaard als minderwaardig verwierp, maar omdat zij zich ten volle wilde wijden aan haar oude, kindseworden moeder, zolang die leefde.
Sommige mensen begrepen haar. Zij prezen haar trouw en braafheid. Anderen echter trokken hun schouders op. Zij fluisterden geheimzinnig, dat de vrouw somwijlen bij maanlicht over de heide zweefde, en dat ze zeker niet zo rein was als men wel wilde geloven.
 
In Hillefersum woonde een schatrijke boer, door velen gevleid. Zijn wil was wet en het gehele omliggende land boog voor hem, als hij z'n bevelen gaf. Trouw bezocht hij de kleine kapel. Met groot gebaar gaf hij zijn gaven aan de armen. Iedereen moest zien hoe goed en mild hij wel was. En toch was er niemand, die hem waarlijk lief had. Zelfs zijn vrouw en kinderen vreesden hem. Waar, om precies, wisten zij niet.
 

Op zekere dag zag hij de jonge, schone vrouw. In zijn bloed brandde een hete begeerte. In zijn hart klom een gemeen plan. 'Die vrouw te bezitten,' monkelde hij. 'Was ’t maar voor één enkele keer. Mijn geld zal haar deur openen, en wie zou het weten?' Zijn dikke lippen smakten. En lang keek hij de mooie gestalte na. Enige dagen later ging de rijke boer heimelijk naar de schamele woning buiten het dorp om zijn valse plan te volvoeren. Maar toen hij aanklopte, werd hem niet open gedaan. Het zoetste fluisteren van zijn naam bleef vruchteloos. De werkzame vrouw begreep waarom hij kwam. Zij dacht er niet over haar lichaam en eer voor een handvol gelds te verkwanselen.

De boer ging vloekend heen. Edoch, haar weigering bewerkte dra, dat in zijn verdorven ziel de vlam der passie hoger oplaaide. 'Zij zal bukken voor mijn macht, zoals de anderen,' gromde hij. 'Ik laat me niet afwijzen. Ik wil haar bezitten.' Weer kwam hij te nacht aan haar woning. Vurig smeekte hij hem te ontvangen en lief te hebben. Zo zorgeloos zou haar bestaan worden! Tevergeefs waren zijn woorden. Walgend wees zij hem terug. En haar deur bleef gesloten. De valsaard gaf zijn pogingen niet op. Ook de derde nacht fluisterde hij aan haar venster. Maar zij keurde hem zelfs geen antwoord meer waard. Er moest een eind komen aan zijn betuigingen van liefde! Voorzichtig opende zij het kleine zolderluik en stortte op 't onverwachts een emmer koud water over hem uit. Zijn hete begeerte bekoelde. Nat als een poedel sprong hij terug, en vloekend hief hij zijn vuisten omhoog. Briesend zwoer hij wraak! Aan de deur van de vrouw kwam hij niet meer.

Het was winter geworden. Diep lagen de velden en wegen onder de sneeuwvacht. In menige woning werd armoe geleden. Velen smeekten de rijke boer om bijstand. En gehoorzaamden zijn woord. In het kleine huis buiten 't dorp was het stil. De oude moeder ging sterven. Liefderijk werd zij verpleegd en getroost door haar dochter. Door de stille treurnis glansde hemelse zegen. Toen gebeurde het vreselijke! Over de wijde, sneeuw-bedekte heide kwamen de gerechtsdienaars aan. In hun midden liep de rijke boer. De vrouw zag hen komen. Wat moesten die mannen hier? Wat voerde de eer-belager in z'n schild? Een bange gedachte deed haar huiveren. Gewillig opende zij de deur toen er geklopt werd.

'Weet gij iets van de gestolen sieraden van de boerin?' vroeg de oudste rakker. 'Wij hebben overal gespeurd en niets kunnen vinden. Uw woning is de laatste, die we moeten doorzoeken.' Haar gelaat verbleekte. 'Neen,' zei ze, met bevende stem. 'Neen, ik weet niet, ik weet niet. Hoe zou ik daarvan weten ... Mijn moeder is gestorven.'

'Hmmm ...,' gromde de rakker. 'Het kon ons moeite sparen!' Een weinig terzijde stond de boer. De blik uit zijn half-toegenepen ogen gleed onbeschaamd langs haar gestalte en om z'n zinnelijke lippen krulde een grijns. 'Is dit misschien uw werk?' vroeg de vrouw. Hij lachte verachtelijk. Zich tot de dienaren kerende, baste hij: 'Houdt u toch niet op door haar gebazel! Weet ge niet meer wat over haar gefluisterd wordt? Of wilt ge misleid worden door haar mooie woorden? ... De kleinodiën moeten ergens zijn. Laat ons beginnen!' Fel striemden zijn woorden.

Een wurgend gevoel kneep haar hart samen. 'Dat is z'n wraak,' stamelde zij. Na een poosje werden de verloren sieraden gevonden. Ze lagen onder een omgekeerde emmer, achter de woning. Netjes bij elkaar geknoopt in een doek. De boer triomfeerde. 'Braaf vrouwtje!' schreeuwde hij. 'De dievegge is gesnapt.' Gemeen loensten zijn ogen. Bloedloos werden haar trillende kaken. Naar haar betuigingen van onschuld werd niet geluisterd. Ruw grepen de rakkers haar beet. En voerden haar mee.

Het nieuwe jaar ving aan. Op Lindenheuvel kwamen de strenge rechters samen. Allen welgevoed en gehuld in witte, warme mantels. Onder de drie hoge bomen, aan Frigga * gewijd, zouden zij oordelen over de geschandvlekte vrouw. Huiverend van koude en honger sleepte de gevangene zich tussen de dienaren voort langs het kronkelige pad. Afgemat door ellende strompelde zij de heuvel op.
Een grote, nieuwsgierige menigte wachtte reeds. Eindelijk stond de arme voor haar rechters, en onmiddellijk begon het verhoor. Trots en uitdagend hief de rijke boer zijn hoofd. Doodse stilte heerste toen hij z’n beschuldiging inbracht. 'De kostbare sieraden van mijn vrouw werden tenslotte gevonden achter haar woning, verstopt onder een emmer', sprak hij met luider stem. 'De rakkers kunnen dat getuigen!

Wie anders dan zij kan dat gedaan hebben? Is het u overigens bekend, dat deze vrouw sedert lang in een kwade reuk staat bij velen? Niet elk gerucht kan men geloven, maar er wordt gefluisterd, dat zij zich in haar eenzame huis als een veile deerne afgeeft met vreemde mannen. Erger nog, dat zij een heks is, die bij maanheldere nachten over de heide gaat! Hoe het ook zijn moge, de gestolen dingen werden daar gevonden. Laat zij het tegendeel bewijzen!'

Een somber gemompel steeg op uit de schare. De vrouw sidderde. Al haar schoonheid scheen vergaan. 'Maar dat is wreed, dat is niet waar,' klonk haar haperende stem. 'Ik ben onschuldig aan alles ..., geloof me, ik ben onschuldig.' 'Bewijs 't dan, vrouw!'
'Ik kan dat niet bewijzen,' sprak zij zacht. 'Ik spreek naar eer en geweten. De Almachtige sta me bij.' Geen der rechters kon haar geloven. Toen wezen zij vonnis: 'Drie dagen achtereen zal de beklaagde aan de schandpaal staan. Daarna zal zij gegeseld worden met twijgen, tot drie maal tien slagen. Mocht zij dan nog niet bekennen schuldig te zijn, zo zullen wij op haar de waterproef toepassen!'

De ogen der jonge vrouw werden groot van angst. Een vreemd gekreun ontglipte aan haar mond. Twee dienaren ondersteunden haar. Door de deinende menigte voer een golf van medelijden. Langzaam hief de ongelukkige haar hoofd. Vermoeid streek zij haar blonde haardos naar achteren. Dan stond ze enige tijd roerloos.
Wat gebeurde er nu? Zij zag hoe het hemelgewelf zich opende. Hoe een schitterende gedaante stil omlaag zweefde. En in haar oren klonk zachtkens een tere stem. Als ontheven aan de aarde stond zij daar. De rechters zagen haar gelaat veranderen. Pijn en vermoeidheid waren geweken. In serene rust scheen de vrouw verzonken. Niemand durfde iets te zeggen. De spanning steeg.

Toen sprak zij, kalm en duidelijk: 'Heren rechters, ik ben onschuldig. Ik vraag een Godsoordeel. De hemel wil voor mij spreken! Om mijn onschuld en de valsheid van mijn aanklager te bewijzen, zal de middelste linde aanstonds volop bloeien.'
Ademloos luisterden de mensen. Aller ogen richtten zich op de aangegeven boom.

Toen kwam het wonder! Even trilde de zware stam. Even beefden de takken. Sneeuw en ijzel werden afgeschud. En binnen enkele ogenblikken stond de boom in lentetooi. Schoner en Geurender dan ooit tevoren. Lang bleef het stil op de heuvel. Koninklijk pronkte de linde! In eerbiedige aandacht staarden allen opwaarts.
Eindelijk sprak de oudste der rechters: 'Dit is een waarachtig oordeel Gods! Wij hebben, helaas, zoëven gefaald. Nu weten we, dat deze vrouw geen enkele blaam treft. Zij is onschuldig en kan in vrede heengaan! Laat niemand het wagen haar te krenken door woorden of daden, op straffe van een schandelijke dood!'
Als uit één mond juichte de menigte. 'Recht over de boer!' riepen stemmen. 'Ja, de boer ... de boer!' eisten allen. 'Hij is flauw gevallen,' meldde een rakker. 'Neemt hem gevangen!' luidde het strenge bevel.

's Anderendaags bekende de valsaard zijn schuld. Zelf had hij de sieraden weggenomen en deze heimelijk verborgen achter de woning der jonge, rechtschapen vrouw. Zo wilde hij haar weigering wreken. Zijn mooie woorden en beloften hielpen hem niet. Evenmin z'n vele rijkdommen. Hij werd gegeseld met natte twijgen. Zijn geld werd verdeeld onder de behoeftigen. Daarna moest hij “het Naerdincklant” verlaten, en nimmer mocht hij terugkeren. Niemand vond deze straf te zwaar. En niemand treurde om hem!

Veel veranderde in de loop der tijden. Maar de gedachte aan het wonder der bloeiende linde bleef. Ge moet eens op Nieuwjaarsdag gaan langs de ’s-Gravenlandseweg. Daar staat een villa “Lindenheuvel” **. Zij is gebouwd op de plek waar eenmaal recht werd gesproken.
In stille aandacht uw hoofd opwaarts heffend, zult ge weer opnieuw weten, dat de hemel geen laaghartigheid duldt. En dat reinheid en liefde beloond worden.

* Frigga is de gemalin van de Germaanse god Wodan (Odin). Zij wordt soms vereenzelvigd met Freya, godin van de geslachtelijke liefde en het huwelijk.
** Op de plek waar de villa Lindenheuvel stond is later de tweede locatie geworden voor het kantongerecht in Hilversum.
Rechten:
De liedjes behorend bij de serie "Historische verhalen, sagen en legenden" uit het Gooi’ zijn auteursrechtelijk beschermd. Het muziekbestand wordt in deze bijdrage uitsluitend beschikbaar gesteld ter beluistering. Downloaden, opslaan, delen, herpubliceren, bewerken of elders plaatsen is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n).
Het muziek label "Kwapoets" is onderdeel van de stichting ErfGoedGezien Nederland.

Bron:
“Naerdincklant” Prof. A.C.J. de Vranckrijker (1947)
“Gooise Legenden” Henk de Weerd (1960)
“Verhalen opgetekend uit de mond van Gerard Zieltjens” (1957 – 1967)
“Bewerking en hertaling”: Ad Bakker (2018)
“Illustraties”: Rob Numan (2025)
“Liedjes, tekst en muziek”: Ad Bakker (2023)
Luister naar het verhaal lied
De bloeiende Linde
00:00

(c) 2020 - 2026 Stichting ErfGoedGezien Nederland
Werkgroep ONF (In Oude & Nieuwe Foto's)  
info@onfgroepen.nl
Terug naar de inhoud